
Na een lange dag reizen met een veerboot van Koh Tao naar Chumphon, en vanuit daar met de bus naar Bangkok, kwam ik om 22:00 aan in het hostel. Een keurig hostel met een soort grote bedsteeën. Voor de oplettende lezer, dat is inderdaad later dan gepland. Ik zou zaterdag 20 september al naar naar de hoofdstad, maar ik heb tot en met 24 september verlengd omdat het eilandleven mij beviel. Ik besloot na mijn aankomst in Bangkok zo snel mogelijk op verkenning te gaan, ondanks dat ik graag wilde slapen. ’s Avonds is er maar één belangrijke plek die verkend moet worden, dat is natuurlijk Khao San Road. Backpackers Heaven, de straat die pas tot leven komt rond een uur of tien, het uitgaansgebied waar je de chaos van Bangkok gelijk kunt proeven. Echter wel af te raden wanneer een snel-overprikkeld persoon als ik ben, zeker als je net een busreis van acht uren achter de rug hebt. Kroegen en clubs die de geluidsbarrière doorkruisten, mensen die entreekaartjes voor pingpongshows probeerden te slijten, ladyboys, gefrituurde schorpioenen. Ik verdronk in een stortvloed van indrukken die de straat over mij heen spoelde waardoor ik snel weer vertrok. Dit was anders dan ik het mij herinnerde, zeventien jaar geleden. De Burger King zat wel nog op dezelfde plek als toen, en ik schaam me ervoor, maar daar heb ik wat gegeten. Ik ben weer naar het hostel gelopen om te slapen, zodat ik de volgende dag de stad in meer rust zou kunnen verkennen. Toch intrigeren dit soort steden mij door hun mysteries en onbekendheid. Vaak verplaats ik te voet omdat je zo naar mijn mening meer ervaart van hoe het er is en wat er allemaal gebeurt. Dit heeft echter als gevolg dat je soms verdwaald, maar soms is het goed om de weg even kwijt te raken zodat je het juiste pad weer kunt vinden. (Schrijf deze op, deze kan nog van pas komen.)

Het zal u niet ontgaan zijn, in Bangkok is een groot zinkgat ontstaan vlak naast het Vajira Hospital. Als uw verslaggever in de Oost is het vanzelfsprekend mijn verantwoordelijkheid om polshoogte te nemen, zodat u in Nederland en omstreken op de hoogte bent van dit ongelukje. Ik heb het zinkgat bezocht en er was inderdaad een groot gat. Gelukkig zijn er geen doden of gewonden gevallen, anders zou ik er natuurlijk niet als een ramptoerist, die acteert dat hij van de Nederlandse pers is, naast zijn gaan staan. Nadat mijn werk erop zat, vertrok ik naar het startpunt van de Co van Kessel fietstour. Deze tour brengt je niet langs de hotspots van Bangkok, maar laat het gewone leven van de stad haar inwoners zien. Zo fietsten we langs markten voor locals, door verschillende buurten die menig westerling zou beschrijven als krottenwijken en ga je binnen bij mooie tempels. Voor eenieder die zich in de toekomst in Bangkok bevindt, zou ik deze tour aan willen raden. Het avondprogramma stond in het teken van eten, ik ging namelijk naar de Jodd Fairs Night Market. Dit vond ik enigszins tegenvallen, iets wat te maken zou kunnen hebben met mensen die levende (!) inktvissen aten. Ook werd er veel krokodillenvlees verkocht. Dat terwijl er nog maar twee tot vierhonderd in het wild leven in Thailand en de omstandigheden op crocodile farms erbarmelijk zijn. Vroeg op bed, een slechte film gekeken (Gladiator 2) en de volgende ochtend vroeg naar het Grote Paleis van de koning van Thailand. Dit vond ik echt fantastisch. Het paleis is gebouwd aan het einde van de achttiende eeuw door de eerste koning van de nog regerende Chakri-dynastie. Deze koning was voormalig soldaat in het leger van de koning van Ayutthaya, maakte de val van dit koninkrijk mee (waarover later meer) en sloot zich aan bij het nieuwe koninkrijk Siam waar hij later zelf koning van werd. Zijn paleis bestaat uit prachtige tempels, die eigenlijk gekopieerd zijn vanuit het vernietigde Ayutthaya, en een daadwerkelijk paleis. De tempels zijn indrukwekkend, maar nog indrukwekkender zijn de muurschilderingen om de tempels heen. Deze doen niet onder aan uw gemiddelde renaissance fresco’s. Het paleis verdient ook een koppeling met het Europese. Vergelijk de onderste verdieping eens met die van het Paleis op de Dam, de Korinthische zuilen met die van de voorkant van het Louvre of de balustrades met die van het Kasteel van Versailles (zie foto’s onderaan de pagina). Interessant, zeker wetende dat de derde koning van de Chakri-dynastie pas in Europa kwam om de diplomatieke banden tussen Siam en Europese landen te versterken. Zijn bezoekjes hebben er trouwens voor gezorgd dat Siam, en dus Thailand, nooit gekoloniseerd is geweest in tegenstelling tot de rest van Zuidoost-Azië, koningin Victoria verbood te Fransen koning Rama’s soevereiniteit te schenden.
Mijn laatste dag in Bangkok heb ik besteed aan een dagtrip naar de voorganger van Bangkok, Ayutthaya. De ruïnes van een stad die vroeger als het Vaticaan voor boeddhisten in Azië was. De stad die bestond uit reusachtige tempelcomplexen werd gesticht halverwege de veertiende eeuw en is in vier eeuwen uitgebouwd tot een soort Venetië of Amsterdam van het oosten met dank aan haar vele kanalen. Dit is een van de weinige dingen die bekend zijn over de stad, met dank aan een Nederlandse VOC reiziger die een van de weinige en meest gedetailleerde beschrijvingen van de stad maakte. In het bushuis in Amsterdam hangt dan ook nog een panorama van de oude stad uit de zeventiende eeuw. In 1767 werd de stad grotendeels verwoest door het Birmese leger, omdat zij probeerden het verstopte goud uit de klokvormige gebouwen die stupa’s heten te smelten. In de eeuwen daarna is de stad verder gesloopt en beroofd door wie er maar langs kwam, waardoor er enkel ruïnes over zijn. Een van de meest sprekende beelden van Ayutthaya’s nalatenschap is het Boeddhahoofd tussen de wortels van een heilige vijgenboom. Het hoofd is tijdens de verwoesting of een van de vele plunderingen hierna op de grond gekomen waarna het in de weg van de wortelen van deze boom is gekomen. Omdat het beeld van zandsteen gemaakt is zouden de wortels van de boom het zo kunnen verpulveren, maar dat is de afgelopen eeuwen niet gebeurd. Dit, en het feit dat deze vijgenboom van dezelfde soort is als die waaronder Boeddha zijn verlichting bereikte in 528 voor Christus, maakt deze verbeelding van Boeddha een van de heiligste voor Boeddhisten. Foto’s maken van het hoofd mag hierom alleen geknield.



Eenmaal terug in Bangkok moest ik zo’n vijf uren wachten tot mijn nachtbus vertrok naar Chiang Mai. Enkele van deze uren heb ik gewacht op het busstation, waar om zes uur ’s avonds het volkslied begon te spelen door de luidsprekers van het gebouw. Iedereen stopte waar hij of zij mee bezig was en ging staan. Hoewel mijn loyaliteit bij een ander koningshuis ligt, ben ik ook gaan staan en heb ik netjes meegedaan. Een beetje ordinair royaal machtsvertoon ben ik natuurlijk niet vies van. De busreis naar Chiang Mai was een lange, maar gelukkig heb die volkomen in coma doorgebracht. Ook deze reis was zomaar voorbij. Ik ben één dag in Chiang Mai verbleven en op het moment van schrijven verblijf ik in Pai, een dorpje in de bergen. Dit letterlijk en figuurlijke hoogtepunt bewaar ik voor later.
Met vriendelijke groeten,
Uw meest erudiete verslaggever










Geef een reactie