Donderdagochtend ben ik op de boot van Koh Phi Phi naar Krabi gestapt. Mijn ontbijt bestond uit een flesje water en twee stukken spekkoek. Ik zal met enige eerlijkheid moeten bekennen dat mijn enthousiasme voor de tosti’s van de 7-Eleven ietwat is doorgeslagen in een kortstondige romance met het warme broodje, waardoor ik ze nu even niet meer kan zien. Ik was als eerste op de boot omdat het me verstandig leek een half uur te vroeg te komen om er zeker van te zijn dat de boot niet zonder mij vertrok. Ik kan mij enigszins voorstellen dat een bepaalde groep lezers dit niet gelooft, maar ik stond er echt. Natuurlijk koos ik het bankje niet direct onder de airco maar daarvoor, omdat hier de koude lucht direct in mijn nek geblazen werd. De vreugde die ik hierdoor ervoer was echter van korte duur omdat ik na een half uur begon te trillen. Ik durf werkelijk te beweren dat de temperatuur die ingesteld stond vergelijkbaar was met die van een koelkast. Het was echt niet normaal koud op die boot. Mijn backpack lag, omdat ik de eerste was, natuurlijk onderaan een stapel backpacks en koffers. Extra kleren pakken was geen optie. Ik besloot om te gaan slapen zoals dieren dat doen in de winter om energie te sparen, maar vooral zodat de twee uur durende boottocht voor mijn gevoel zo snel mogelijk voorbij was. Eenmaal aangekomen haastte ik naar buiten voor mijn backpack en de warme vochtige lucht van de haven in Krabi. Het duurde welgeteld twintig seconden en ik droomde er alweer van om binnen op die boot te zitten. De reis werd vervolgd in een busje waar ik minder beenruimte had dan bij een Transaviavlucht maar opnieuw koos ik voor mijn standaard copingmechanisme: slapen. Ik was zomaar in Khao Sok.

Ik werd als laatste afgezet bij het Palmview Resort waar ik een soort blokhut op palen heb gehuurd. Ik werd met open armen onthaald, kreeg direct een glas water ingeschonken en werd door de hilarische Kong en zijn ontzettende vriendelijke familie gevraagd waar ik vandaan kwam en wat ik graag wilde doen in Khao Sok. Ik voelde me meteen thuis. Ik boekte hier een tweedaagse trip naar het Cheow Lan meer, wat het hart is van het oerwoud dat Khao Sok National Park is. Ik ging vroeg op bed, te vroeg, waardoor ik ’s nachts wakker werd en niet kon meer kon slapen. Ik kwam dus aardig verslagen uit bed terwijl ik poogde uitgerust te zijn. Gelukkig had ik alles goed voorbereid en stond mijn rugtas met kleren en essentiële apparatuur voor een safari klaar. Ik stapte de deur uit en hoorde de geluiden van apen, insecten en een paar ganzen, tussen de palmbomen door zag ik in de verte de toppen van Khao Soks rotsformaties door een bescheiden bedje wolken heen steken. Ik was mijn slechte nachtrust vergeten.

Ik werd als eerste opgehaald van de groep. We reden langs een aantal hotels om andere reizigers op te halen waarbij een van hen mij meteen opviel: dat moest een Nederlander zijn. Dat klopte en we raakten snel aan de praat. De reis verliep voorspoedig en eenmaal bij het park aangekomen stapten we aan boord van een longtial-bootje zonder longtail. Ik was erg benieuwd naar wat ik moest verwachten maar dit werd binnen enkele minuten duidelijk, namelijk een geologisch meesterwerk. De rotsformaties in kraakhelder lichtblauw water omringd door een diepgroene jungle maakten grote indruk op mij en de rest in het kleine bootje. Er was water zo ver je kon kijken en de dichtbegroeide bossen verleidden tot gedachten over oneindigheid. Een dik uur varen was zo voorbij en eenmaal bij onze bestemming, drijvende hutjes, kregen we een heerlijke Thaise lunch. Ik heb geen idee wat het was. Na de lunch hadden we drie uurtjes vrije tijd, het is ten slotte een vakantie, waarin de meesten gingen kajakken. Ik en een Vlaamse jongen die ik heb ontmoet misten de boot, er waren helaas niet genoeg kajaks. En ja, als je drie uren ‘niks’ te doen hebt zit er maar een ding op. Maar ik meen het echt, het was niet mijn idee. We gingen bier drinken. Even later kwam de Nederlandse jongen die ik in de bus ontmoette er ook bij en zo hadden we het erg gezellig. Na een paar uur was het tijd voor een korte bootsafari waarbij we een gaur (waterbuffel), ’s werelds grootste rundersoort, tegenkwamen. Hierna maakten we een hike door de jungle, waarbij we eigenlijk gewoon een waterval beklommen. Erg mooi. Na het avondeten met de groep was het natuurlijk tijd voor nog een paar biertjes, we raakten in gesprek met twee Israeli’s die op huwelijksreis waren en hebben tot laat een Israelisch kaartspelletje gespeeld. Niet tot té laat, de volgende ochtend stond er namelijk om 06:00 een ochtendsafari gepland. Deze is verplaatst naar 06:30, omdat er dan meer animo was.

Gelukkig werd ik om 05:30 al wakker door een gibbon die een soort luchtalarm nabootste alsof het maandagmiddag klokslag twaalf uur was. Gelukkig hoefden we enkel in een bootje te zitten en te kijken. Zo kwamen we onderweg nog een gaur tegen die wat bamboe verpulverde met zijn grote kaken, maar werden verder alleen beloond voor ons vroege opstaan met het prachtige landschap. Onze gids legde de boot stil aan de bosrand om te luisteren naar de gesprekken van een groep gillende gibbons. De kakofonie van aapjes die naar elkaar schreeuwden werd plots verstoord door het robuuste geluid van krakende bamboe dat een groot dier in de weg stond. Onze gids begon te grinniken en zei, ik zal dit voor het effect fonetisch schrijven, ‘ellefeeeent ellefeeent!!!!’ Hij slingerde de motor van de boot aan om dichterbij te komen zodat we de droom van iedere safariganger wellicht waar konden maken. Het gekraak ging door en werd steeds, luider. Ieder moment zou er een majestueuze verschijning tevoorschijn komen. Het bleef uit. Althans, er kwam enkel een slurf te voorschijn, uit het water. Deze olifant banjerde zich een weg door de jungle om een duik te nemen en zwom zo langs de boot naar de overkant om zich daar te gaan douchen. Op een gegeven moment draaide hij of zij zich om waarmee hij of zij ons nog een blik gunde en keek ons nieuwsgierig aan tot we weer vertrokken. Het was zo bijzonder dat zelfs onze gids begon met filmen. Ik wist niet eens dat olifanten kunnen zwemmen, ik dacht alleen vliegen. De dag vervolgde zich met een korte wandeling door een grot met stalactieten en stalagmieten, maar ook grote spinnen en vleermuizen. Hierna vertrokken we weer naar het dorp Khao Sok waar Kong en zijn familie mij, zo voelde het ten minste, weer stonden op te wachten. Echt een fantastische ervaring.
Zo beseft een mens dat de wereld te veel mooie dingen heeft om niet te zien.






Geef een reactie