Ninh Binne we weer

Het vervolg van mijn reis werd een korte reis naar het mooie Ninh Binh. Ninh Binh is een provincie in Vietnam die mij in verschillende opzichten aan Nederland deed denken. Allereerst is het een zeer vlak gebied, iets dat ik zelden heb gezien of zeg gerust heb ervaren op mijn reis door Azië. Hierdoor is de reis van Hanoi naar Tam Coc, het dorp waar ik verbleef, erg kort, het is namelijk twee uurtjes over een snelweg banjeren. Uiteraard zijn er prachtige bergen in Ninh Binh die het landschap verrijken, maar het landschap wordt er niet door gedomineerd; je kunt rustig tussen de bergen door fietsen over een vlakke route. Wat mij bij het tweede Nederlandse aspect brengt, de fietsen. Hoewel ik eerder fietsen heb gezien, en zelfs heb gefietst, leek het erop dat in Ninh Binh meer fietsen werden verhuurd dan scooters. Zelf heb ik er uiteraard niet een gehuurd, maar een scooter. Deze scooter viel bijna van ellende uit elkaar moet ik zeggen, wat de overweging toeliet om toch een elektrische fiets te huren. Ja zelfs die waren er. Het derde fenomeen dat mij aan Nederland deed denken was de Nederlandse taal, die ik vrijwel overal hoorde. Er waren veel Nederlanders, zelfs een paar (semi-)Leeuwarders, waardoor het horen van Nederlands niet ongewoon was. Dat viel mij niet als enige op, vooral Australiërs meldden mij bij kennismaking ‘oh another Dutchie? They’re literally everywhere!’ Australiërs, echter, zijn hier ook overal. U moet zich voorstellen dat Azië voor hen een reguliere vakantiebestemming is, waarbij Bali het Lloret de Mar voor moet stellen en Vietnam misschien vergelijkbaar is met Italië. 

Met de scooter die ik huurde vertrok ik naar een aantal viewpoints en uiteindelijk een boottocht over de Trang An door een prachtig natuurgebied. Met het bootje vaarden we langs apen, slangen, door grotten en langs prachtige karstlandschappen. Ninh Binh lijkt op het eerste oog een relatief onbekende uithoek, zeg nou zelf, heeft u ooit van Ninh Binh gehoord? Maar zelfs op dit soort plaatsen weet men het toerisme tot een uiterste te exploiteren. De roeibootjes waarin oude Vietnamese meneertjes of mevrouwtjes grote westerlingen door het natuurgebied begeleidden werden aan de lopende band aangesleept. Ik moet eerlijk zeggen dat ik mij op dit soort momenten afvraag in hoeverre het toerisme voor een regio als deze daadwerkelijk een positieve kracht is. Het natuurgebied is bekend geraakt door de opnames van Kong: Skull Island. Dit soort opnames geven toerisme vaak een momentum waarbij ik mij moeilijk kan voorstellen dat de doorsnee Vietnamees zich tijdig kan aanpassen aan de nieuwe economische situatie zonder aan dit toerisme deel te nemen. Dit resulteert natuurlijk in stijgende kosten voor levensonderhoud en verlies van authenticiteit van een regio als deze. Het lijkt mij een flink offer, zeker voor een plebejische film als Kong: Skull Island, die ik niemand aan zou raden. In feite is dit hetzelfde als wat er gebeurt in Ha Giang, waar nu zo’n duizend, als het er niet meer zijn, ‘easy riders’ de hele dag westerse jongeren door de bergen vervoeren achterop hun scooters. Achja, hadden ze maar een vak moeten leren. 

Bij het eerste viewpoint dat we bezochten stond ik onderaan de lange trap die men bovenaan de berg bracht. Een kleine aarzeling resulteerde in de oppervlakkig-filosofische vraag: voor wie doe ik het eigenlijk? Het stellen van deze vraag bracht eigenlijk ook het antwoord met zich mee; klaarblijkelijk niet voor mijzelf. Ik diagnosticeerde mijzelf ‘viewpoint-moe’ en besloot onderaan de trap een colaatje te drinken en te wachten op mijn medereizigers. Het is niet erg om een viewpoint niet te zien na het ontelbare aantal viewpoints dat ik al heb bezocht. Na mijn, in Henri Bontenbals retoriek, moedige keuze om niet naar boven te klimmen, werd ik al snel beloond met niet één, maar twee ijsvogels die ik zag vliegen tijdens het drinken van mijn colaatje. Ik neem maar gewoon aan dat dit het bewijs was voor het maken van de juiste keuze. 

In Ninh Binh was het erg mooi weer, reden om even te blijven in het mooie hostel met zwembad waar ik sliep. Verderop in Vietnam worden de steden regelmatig geteisterd door overstromingen e.d., waardoor ik mijn reis naar het zuiden over land moet opgeven. Ik heb hierom gekozen Hanoi voor een derde keer te bezoeken, inmiddels na Leeuwarden mijn lievelingsstad, en vanaf Hanoi te vliegen naar het tropische eiland Phu Quoc. Hier ga ik duiken, uitrusten en waarschijnlijk mijn reis afsluiten. Het viewpoint-incident is niet het eerste incident betreffende mijn enthousiasme dat zich voorgedaan heeft, en was ook niet het laatste. Ik ben er wel klaar mee. Geen heimwee of iets dergelijks, gewoon geen zin meer. Ik kan weinig enthousiasme opbrengen voor de dingen die ik hier aan het doen ben, evenals voor het plannen van het vervolg van mijn reis. Wederom neem ik daarom een dapper besluit; ik kan beter een keer terugkomen met enthousiasme dan nu dingen met tegenzin doen. 

Kortom: ik moat mar wer op hûs oan. Hoewel ik nog niet precies weet wanneer, zal het niet lang duren tot ik mij weer in het koude natte Nederland begeef. Zet de koffie maar vast klaar.


3 reacties op “Ninh Binne we weer”

  1. J. Meindertsma avatar
    J. Meindertsma

    Het blijft een mooie reis Jens , veel ervaringen en mooie foto’s. Zo te horen ben in elk geval voor de Kerst weer thuis. Geniet er nog van en tot gauw. Pake en beppe súd 7.

  2. Jitske Meindertsma avatar
    Jitske Meindertsma

    Mooi Jens, we zien je natuurlijk weer graag thuiskomen. Mooi op tijd voor Eerste Meindertsma kerstdag.

  3. Wieger van der Schaaf avatar
    Wieger van der Schaaf

    Weer een mooi verhaal, Jens. Je hebt een leuke schrijfstijl! We lezen je reisverhalen met plezier. Nog even genieten daar en we wensen je nu al een goede vlucht terug naar huis!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *